Spiritualiteit, Kunst en Wetenschap 

De eenvoud van esoterie

De eenvoud van esoterie leren we kennen vanaf het moment dat we beseffen dat we deel uitmaken van een immens groot, samengesteld geheel, waarin alles bestaat. We spreken dan over de veelheid in de eenheid. Aandacht voor de materialistische veelheid maakt en houdt alles ingewikkeld, wat, opvallend genoeg, juist als interessant wordt ervaren door degenen onder ons die de eenvoud schuwen. De complexiteit van het materialistisch denken zal evenwel afnemen, wanneer we bedenken dat materie niet meer en niet minder is dan het negatieve aspect waar positieve krachten op inwerken. En het zijn deze kernkrachten waar het in de esoterie om draait.
Gelukkig hebben we tegenwoordig het punt bereikt, dat we het grove materialisme van het verleden steeds meer achter ons kunnen laten en overgaan naar een groeiend besef van de ongeziene werelden en de werkelijkheid ervan. Dit heeft tot gevolg dat ook de behoefte groeit daar wetenschappelijke kennis over te vergaren. Zoals ik al eerder schreef, zal in eerste instantie elk nieuw esoterisch gezichtspunt aangenomen worden als hypothese, om daarna, ervan bewust geworden, eenvoudigweg het bewijs te vinden in het leven van alledag, waarin de resultaten van de uitwerking zichtbaar zijn.
Zo gecompliceerd als de veelheid van de delen binnen het geheel lijkt, zo fundamenteel is de eenvoud van de eenheid, welke schuilt in het feit, dat alles wat bestaat atomisch is en bestuurd wordt door dezelfde wetten.

Bij elk atoom, van groot tot klein, gaat het om het bevrijden van de essentie, of anders gezegd: van de levenskern. En hoe dit proces in zijn werk gaat, brengt ons bij het fascinerende onderwerp van transmutatie. Hoewel het thema immens groot is, blijft het evengoed in de kern eenvoudig. Transmutatie betekent de overgang van de ene toestand van bestaan naar de andere door de werking van vuur, en deze macht om te veranderen door toepassing van warmte heeft al eeuwenlang de aandacht beziggehouden, eerst van de alchemisten die metalen in goud trachtten om te zetten, en tegenwoordig vooral van de kerngeleerden met hun centrales en programma’s.
Spreken we over transmutatie, dan hebben we het meteen ook over straling en radioactiviteit, die we nu, door onwetendheid, als sterk bedreigend ervaren. Maar naarmate we de werking meer begrijpen, zullen we ontdekken, dat alle hoedanigheden van straling voortkomen uit het aan de gang zijnde transmutatieproces. Ook wij zijn als mens radioactief en stralen op dezelfde manier als bijvoorbeeld het radioactief mineraal, met het enige verschil dat de graad of trilling anders is.
Al met al zullen we het hebben over radioactiviteit in het algemeen, omdat die technisch gezien, zonder uitzondering toegepast wordt op alle atomische lichamen.

Oppervlakkig beschouwd lijkt het proces van transmutatie een gevolg van uiterlijke factoren, maar in wezen is het een resultaat van de innerlijke positieve kernkracht, die zo’n enorme trillingssnelheid bereikt, dat die uiteindelijk de elektronen, of negatieve punten van het bolvormig omhulsel van het atoom, uit elkaar drijft, en deze over zo’n afstand verspreidt, dat de wet van afstoting gaat overheersen. Ze worden niet meer aangetrokken door hun oorspronkelijke middelpunt, maar zoeken een ander. De atomische bol verdwijnt, de elektronen komen onder de wet van afstoting, en de centrale essentie ontsnapt en zoekt een nieuwe sfeer.

We moeten er wel aan denken dat alles binnen het zonnestelsel tweevoudig is, zowel negatief als positief: positief wat zijn kern betreft en negatief wat de grotere bol aangaat. Ieder atoom is een elektron en een atoomkern. Dit is de reden dat het transmutatieproces eveneens tweevoudig is en zich in twee fasen voltrekt. In het eerste stadium is het noodzakelijk gebruik te maken van uiterlijke factoren, om de innerlijke positieve kern te versterken, te verzorgen en te ontwikkelen. Deze periode van het systematisch voeden van de innerlijke vlam zorgt voor een toename van de kernkracht. Daarop volgt een tweede stadium waarin de uiterlijke factoren niet meer van belang zijn en het innerlijk centrum van het atoom met rust gelaten kan worden om zijn eigen werk te doen.

De inwendige warmte van het atoom neemt toe tot het moment dat die de uiterlijke overtreft, waardoor het atoom uitstraalt en de bolvormige wand wordt afgebroken. De elektronen of negatieve eenheden zoeken een nieuw middelpunt, en het ontsnapte centrale leven, smelt, na zelf negatief te zijn geworden, samen met een krachtiger positieve kern. De periode van het zoeken naar het positieve leven van een groter atoom is het moment van het tijdelijk uitgaan van het licht, om later weer tevoorschijn te komen en krachtiger uit te stralen. Datgene wat uitstraalt is altijd de centrale kern en in ieder natuurrijk één en hetzelfde. De oorzaak van straling is telkens te vinden in het aantrekkingsvermogen van de positieve innerlijke vlam van een steeds groter atoom. Zo klimmen wij, en alles dat bestaat, op, telkens de cyclus herhalend, tijdens de ontwikkelingsgang naar eenheid, de eenheid van alle leven die in verband staat met straling: het product van transmutatie.
En zo eenvoudig is het.

 

One Response

  1. Dag Titia,

    Bedankt voor de mooie blog.
    De eerste zin is erg belangrijk vind ik. Iedereen die zich bewust is van de grote eenheid kan op zijn/haar manier 
    wetenschappelijk of gevoelsmatig of wetend hiervan genieten en deelnemen.
    De eenvoud van de complexiteit of de complexiteit van de eenvoud.
    Liefs Krijn

Geef een reactie

 
Home Wetenschap De eenvoud van esoterie