Spiritualiteit, Kunst en Wetenschap 

Over dualiteit, evolutie en die ene prangende vraag

Over dualiteit, evolutie en die ene prangende vraag over het mysterie van de reden van al het bestaan hebben vele mensen, met heel verschillende denkrichtingen, zich al door de eeuwen heen gebogen. Godsdienstige mensen vragen zich af waarom God toch de wereld schiep. Alle onderzoekende wetenschappers zochten al zo lang en zij zoeken nog steeds naar het grondbeginsel van al wat we zien. Filosofen kijken weer meer naar het bezielend aspect en hoe wij ons in iedere beschaving en onder ieder volk moreel uitdrukken, en wiskundigen zijn er al achter dat ons heelal van wet en regel aan elkaar hangt en God kennelijk meetkundig te werk gaat. Ook is bekend dat de ene bestaat door middel van de velen, maar de kwestie blijft wie die ene meetkundig werkende dan wel mag zijn. Zelfs in de tegenwoordige kwantumfysica houdt die prangende vraag stand, waardoor ook die lijn van benadering blijft steken in de hypothese en niet verder komt dan de erkenning van het bestaan van iets nog niet te doorgronden ongrijpbaars, dat we als de bron van energie, als die bron van leven zouden kunnen benoemen. Er zijn vele namen hiervoor in overeenstemming met het godsdienstig, wetenschappelijk of filosofisch denken gegeven, zoals God, het universeel denken, energie, kracht, het absolute of de onbekende. Deze woorden en vele andere zijn van alle zoekers, die tot nu toe nog niet hebben kunnen vinden wie of wat de vorm tot leven brengt. Dit is eenvoudigweg te wijten aan de beperkingen van ons fysieke brein en het gemis aan ontwikkeling van een innerlijk mechanisme waarmee we op de ongeziene geestelijke gebieden kunnen waarnemen.

Om dichter bij de waarheid van het mysterie te komen – bij die basis van alles wat we nu zowel objectief als subjectief zien en kennen – is het nodig een en ander op te helderen. De zichtbare materie, die we de wetenschap van de objectiviteit kunnen noemen, is al uitgebreid bestudeerd, en tegenwoordig is de wetenschap van bewustzijn, van de subjectiviteit, in opkomst, waarbij de veelomvattendheid hiervan steeds duidelijker naar voren komt. Daarom is het van belang te beginnen met enkele hoofdlijnen, om begrip te krijgen van het proces van de geleidelijke ontwikkeling van het bewustzijn en hoe bewustzijn ontstaat. Bewustzijn wordt, zoals al vaker gezegd, tot stand gebracht door de vereniging van de twee polen geest en stof en het proces van wisselwerking en aanpassing dat daaruit ontstaat. Bewustzijn betekent voor ons mensen eenvoudigweg het vermogen van begrip omtrent het onderscheid tussen bijvoorbeeld de ziel en de persoonlijkheid, de denker en het gedachte of de kenner en het gekende. Hieruit spreekt duidelijk het idee van dualiteit, van dat wat objectief of zichtbaar is en dat wat subjectief daarachter ligt.

De oorsprong van dualiteit vinden we in ons zonnestelsel dat zich langs die lijn ontwikkelt. Dualiteit is iets van het bestaan zelf, en brengt door de wisselwerking tussen de twee polen stoffelijke vormen en hun evolutie in tijd en ruimte voort. Ons zonnestelsel volgt, net als wij, de geleidelijke ontwikkelingsweg naar volmaaktheid. Deze cyclische ontwikkelingsgang noemen we evolutie. Deze term wordt gebruikt om de geleidelijke ontwikkeling van het ingeboren vermogen van een mens, planeet of zonnestelsel in tijd en ruimte uit te drukken. Evolutie maakt hierbij gebruik van de wet van reïncarnatie om tot vervolmaking te komen. De hele manier van ontwikkelen is eenvoudig die van aanpassing van het stofaspect aan het geestaspect, zodat de eerste geschikt wordt om aan de laatste volkomen uitdrukking te geven. Een mens, een planeet en een zonnestelsel zijn allen wezens die de geleidelijke ontwikkeling naar eigen vermogen in tijd en ruimte vormgeven. En door te weten dat alles met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk is kunnen we begrijpen dat niet één zich kan ontwikkelen zonder de ander.

Om nu dichter tot begrip van de bron van al het leven te komen, is het van essentieel belang te beseffen dat ons gehele zonnestelsel het bewustzijn weergeeft van een groter kosmisch wezen dat zijn oorsprong heeft ver buiten de begrensde invloedssfeer van dit stelsel met zijn zon. In dit betreffende fysieke stelsel spreken we, wat het bewustzijn betreft, over de Zoon die voortkomt uit de Vader en de Moeder, uit de vermenging van de basisdualiteit Geest en Stof. Deze Zoon staat in verbinding met de Zon, het totaal van licht en warmte, die eveneens door de vereniging van beide polen is voortgebracht. Wij mensen zijn ook het product van deze nog onvolmaakte toenadering en zijn vanuit een subjectief oogpunt een miniatuurzon van warmte en licht. Eerst ligt die nog diep verborgen, maar na een gevorderd ontwikkelingsproces zal het licht zodanig uitstralen dat het onder de korenmaat vandaan komt en onbelemmerd kan schijnen. De warmte in ons wordt in het begin ook nog maar weinig gevoeld, maar naarmate de tijd vordert zullen de uitstralingen van warmte, die ontstaan door de versterking van ieders individuele innerlijke vlam, toenemen. Hierdoor wordt de wisselwerking onderling optimaal en de warmte algemeen en in evenwicht. Dit heeft tot gevolg dat wij een volmaakte zon zijn van volkomen tot uitdrukking gebrachte warmte en licht. Dan zal ons zonnestelsel, de grotere Zoon, de vervolmaakte Zon zijn, en terugkeren tot de verafgelegen bron waaruit hij voortkwam. De ontwikkeling is dan in deze incarnatie voltooid om tijdens een latere in een nieuwe richting verder te gaan…

Geef een reactie

 
Home Wetenschap Over dualiteit, evolutie en die ene prangende vraag